De dag begint vroeg. Om zes uur wordt ik wakker van de kou. Mijn hele slaapzak is klets nat door de dauw. Hij was al niet warm, maar het vocht maakt het niet beter. De zon is nog niet op, dus kan ik ook niks. Ik kruip er maar weer in. Om half zeven wordt ik weer wakker, de zon komt net op. Als mijn slaapzak open rits zit er een heel mierennest in. Dat valt nog niet mee om die beesten eruit te krijgen. Ik pak de slaapzak maar nat in want die krijg ik toch niet droog en de slaapmat ook. Om kwart over zeven ga ik op stap. Ik kom via een industrieterrein in het ene verlaten dorp in het andere. Ik steek een snelweg over waar iedereen netjes in de file staat naar het werk, wat een verspilling financieel maar ook menselijke waardigheid. Dan kom ik St. Germain/,Arpajon een wat grotere stad, daar moet toch wel een hotel zijn. Ik heb evengoed al 15km gelopen en ik ben aan een rustdag toe. Helaas is alles vol. Aan de rand is nog een motel maar dat kost €85,- en er is niemand, mooi niet ik loop wel door. Uiteraard loop ik dan de stad uit voor het eerst vandaag landerijen met gerst en tarwe gevolgd door bos. Het volgende dorp is uitgestorven, verder dus. Aan het begin van het volgende dorp Chamarande is een man bezig met zijn tuinhek. Als hij me aan hoort komen zegt ie: He pellerin, Soif? Ik zeg dat ik wel wat wil drinken, maar vooral op zoek ben naar een slaapplek, we drinken wat en praten wat in het Engels gelukkig. Hij is 67 en is ook witgoedmonteur geweest en er blijken meer overeenkomsten te zijn. We roken een joint. Ik pas op zijn huisje want het hek kan niet dicht en ik slaap hier op de bank en kan alles opladen. Dank je Ferdinand. Thank you Ferdinand.