We worden op de normale tijd wakker. De discussie van gisteravond gaat nog even door, maar na het eten besluit Loes om er toch mee te stoppen. Dus we gaan naar Valenciennes om haar op de trein te zetten naar huis. Eerst nemen we een bus en daarna moeten we op een soort tram waarmee we drie kwartier onderweg zijn om bij het station van Valenciennes te komen. Daar kopen we kaartjes voor Loes: ze vertrekt om 12:10 uur met een trein naar Lille. Van Lille moet ze overstappen op een trein naar Antwerpen en dan vanuit Antwerpen naar Den Haag. De verwachting is dat ze ongeveer om 18:00 uur thuis is. Ik blijf wachten totdat de trein vertrokken is en ik heb het er natuurlijk wel een beetje moeilijk mee. Het is toch niet helemaal wat ik had gehoopt, maar het is wel het beste wat we kunnen doen. Het heeft geen zin om door te zetten als je het eigenlijk niet meer aankan of wil of wat dan ook.

Daarna ga ik op weg naar Sebourg: dat is het begin van de Franse route en het einde van de Belgische route. Ongeveer 8 a 9 km lopen nog, maar dat maakt niet uit. Dan kan ik eventjes een beetje de emoties onder controle krijgen. Het is een enorm saaie weg. Ik loop langs een lokale weg waar toch behoorlijk wat verkeer langs scheurt. Om de stemming goed weer te geven: het is somber en het motregent, het is koud dus alles klopt helemaal.

Na 2,5 uur ben ik in Sebourg. Daar kan ik rusten in een bushokje en daar komen dan ook de emoties los. Als ik een beetje bedaard ben, loop ik door naar de kerk van Saint-Druon: daar begint de route. De kerk staat in de steigers en wordt gerenoveerd. De bakker is degene die het beheer heeft over de sleutel en helpt mij verder. Hij laat me de binnenkant van de kerk zien, laat me allerlei belangrijke dingen zien. Het is ook de eerste Fransman die, nadat ik heb gezegd dat hij langzaam moet praten, dat ook echt probeert en iedere keer weer vertraagd om het goed uit te leggen. Dat was erg prettig. Vervolgens ga ik met hem naar de bakkerij terug want hij heeft ook het stempel, zegt hij, maar hij kan het niet vinden. Dat was wel weer grappig. Uiteindelijk heeft hij mijn kaart afgetekend met zijn handtekening en opmerkingen enzovoorts. Bij hem heb ik ook nog een chocoladebrood gekocht en twee flessen water die ik niet hoefde te betalen. Bovendien kreeg ik weer een medaillion van Saint Druon: dat is de heilige van die kerk en die schijnt gerelateerd te zijn aan Saint Jacobus. Toen ben ik weer op weg gegaan.

Het landschap is wel totaal veranderd nu. Ik loop niet meer langs de Schelde, maar door heel glooiend landschap. Op en neer gaat het steeds. Het is erg mooi, maar ook erg verlaten. Ik kom echt helemaal niemand tegen. Ja, af en toe een auto die langs me heen scheurt, maar voor de rest helemaal niemand.

Op een gegeven moment probeer ik toch een plek te vinden om te slapen, maar dat lukt eigenlijk niet zo heel erg goed. Om een uur of 19.00 uur heb ik eindelijk iets gevonden. Het is langs de kant van de weg. Het ligt ergens langs Fragnies-la-Petite, daar iets voorbij. Het is een leuk plekje en ik installeer mij daar. Ik heb nog wel wat bange vermoedens na de ervaring van de vorige keer, maar dit keer gaat het gewoon helemaal goed. Er komt af en toe wel eens een auto langs, maar bijna niet. Feitelijk heb ik de hele nacht gewoon rustig geslapen tot vanmorgen 07:00 uur. Alles is goed.